|
Deze korte gebruiksaanwijzing heeft betrekking op versie 5.0
Naar het Nederlands vertaald door Jac Vermeer (jacvermeer@online.nl)
==== ShiftN functionaliteit =====
Vooral bij architectuuropnamen zijn convergerende lijnen vaak een ongewenst en storend effect. De randen van het onderwerp worden dan op de foto ongewoon scheef weergegeven, omdat het onderwerp en het beeldvlak niet evenwijdig aan elkaar liggen. Dit effect kan al bij de opname worden voorkomen door een shiftobjectief te gebruiken. Bij deze objectieven worden lensgroepen loodrecht op de optische as verschoven, zodat het beeldvlak (film of sensor) evenwijdig aan het onderwerp kan worden uitgericht. Shiftobjectieven zijn mechanisch en optisch complexer opgebouwd dan standaardobjectieven en daarom relatief duur. Bovendien bieden de meeste camera's, vooral compactcamera's en smartphones, geen mogelijkheid om van objectief te wisselen. De digitale fotografie en het scannen van bestaande foto's bieden echter geheel nieuwe mogelijkheden om beelden achteraf te bewerken. Hier komt het kleine programma "ShiftN" in beeld.
ShiftN maakt het mogelijk convergerende lijnen achteraf te corrigeren, waarbij het programma, in tegenstelling tot andere programma's, een groot deel van het correctiewerk automatisch uitvoert. In de meeste gevallen volstaat een klik op het menuonderdeel "Automatische Korrektur / Automatic correction" om een bevredigend resultaat te bereiken. Daarbij worden zowel convergerende lijnen als cameradraaiingen automatisch gecorrigeerd.
ShiftN zoekt daarbij eerst in het beeld naar rechte lijnstukken en randen, waarbij alleen de lijnstukken worden meegenomen die voldoende verticaal verlopen. Uitgaande van deze lijnstukken bepaalt een optimaliseringsproces de perspectivische transformatie die de lijnstukken zo goed mogelijk evenwijdig aan elkaar maakt (verschuiving) en ze bovendien evenwijdig aan de beeldranden laat verlopen (draaiing).
=========== Opties/Instellingen ===========
Om de werking van ShiftN te sturen, zijn onder "Einstellungen, Parameter / Options, Parameter" diverse parameterinstellingen mogelijk. De gebruiker kan veilig wijzigingen aanbrengen, omdat hij op elk moment naar de standaardwaarden kan terugkeren (knop "Standard / Reset" in het parametervenster).
De eerste parameter (minimale lijnlengte) geeft aan hoe lang de lijnen in het beeld minstens moeten zijn om te worden meegenomen. Een te lage instelling kan ertoe leiden dat een groot deel van de lijnen niet van gebouwen maar bijvoorbeeld van bomen of wolken afkomstig is, wat de resultaten kan verslechteren. Een te hoge instelling kan ertoe leiden dat er niet meer genoeg lijnen voor de correctie beschikbaar zijn. Met de instelling "0" bepaalt het programma zelf een waarde.
De parameter "Minimaler Kontrast / Minimum line contrast" bepaalt welk contrast de lijnen ten opzichte van de achtergrond minimaal moeten hebben. Net als bij de lijnlengte leveren lage waarden ook hier meer lijnen op, maar ook meer storingen.
Met "Maximale Schräglage / Maximum tangential deviation" wordt de maximale hoek in graden ingesteld waarmee een lijn van de verticaal mag afwijken om nog als verticale lijn te worden meegenomen. Een instelling van bijvoorbeeld 45° zou ook nog lijnen accepteren die onder deze hoek diagonaal lopen. Mogelijk zijn waarden van 5 tot 45.
Vaak lijken architectuuropnamen natuurlijker als de perspectiefcorrectie niet voor 100%, maar bijvoorbeeld voor 80% wordt uitgevoerd. Dit is uiteindelijk een kwestie van smaak. De mate van correctie kan als percentage worden ingesteld in het veld "Korrekturfaktor / Amount of correction [%]" (0 tot 200).
ShiftN voert de perspectiefcorrectie standaard zo uit alsof er een shiftobjectief met dezelfde brandpuntsafstand was gebruikt. Ook dit kan, vooral bij langere brandpuntsafstanden, tot een onnatuurlijk ogende samendrukking van het beeld in horizontale richting leiden. De "Parameter für horizontale Stauchung / Parameter for horizontal resolution" bepaalt of er overeenkomstig de brandpuntsafstand (instelling: 0.0) of brandpuntsonafhankelijk neutraal (instelling: 1.0) wordt gecorrigeerd. De instelling 0.5 kan bijvoorbeeld een compromis zijn. Waarden groter dan één leiden zelfs tot een uitrekking van het beeld in horizontale richting, terwijl waarden kleiner dan nul het resultaat nog smaller maken.
Naast effecten die door de opnamepositie worden veroorzaakt (verschuiving, draaiing) kunnen ook fouten worden verminderd die door de optiek van de camera ontstaan. Het gaat hierbij om radiale vertekening ("Radiale Verzeichnung / Radial distortion"), die bij architectuuropnamen vaak door het gebruik van groothoekobjectieven ontstaat. Wie zo'n correctie wil, geeft hier een waarde tussen min één (correctie van kussenvormige vertekening) en plus één (correctie van tonvormige vertekening) in die het best bij het gebruikte objectief past. Houd er wel rekening mee dat zoomobjectieven afhankelijk van de ingestelde brandpuntsafstand een verschillende vertekening kunnen hebben.
De perspectiefcorrectie is afhankelijk van de brandpuntsafstand ("Brennweite / Focal length"). Daarom kan ook deze waarde worden opgegeven, in millimeters als kleinbeeldequivalent (8 tot 200 mm). De invloed van de brandpuntsafstand is in het resultaat te zien als een samendrukking van het beeld loodrecht op de verschuivingsrichting. Bij JPEG-afbeeldingen probeert het programma de brandpuntsafstand uit de EXIF-gegevens te halen. Als dat niet lukt en de gebruikte brandpuntsafstand niet precies bekend is, kan ze ook worden geschat. Meestal gaat het om groothoekopnamen; daarom is standaard een kleinbeeldbrandpuntsafstand van 28 mm ingesteld.
De berekening van de perspectiefcorrectie kan door ShiftN veel sneller worden uitgevoerd als het programma daarvoor een versie van de afbeelding met een lagere resolutie gebruikt. De resolutieparameter ("Auflösungsparameter / Resolution parameter") bepaalt de grootte van deze versie bij benadering in pixels (gemiddelde van breedte en hoogte; standaard 1200, mogelijk zijn 100 tot 16000). De resolutie van het eindresultaat verandert daardoor niet, maar eventueel wel de kwaliteit van de correctie: kleine waarden maken het zoeken naar lijnen onnauwkeuriger, zeer grote waarden kosten veel tijd en werkgeheugen.
Wie geen automatische correctie van cameradraaiingen wenst, kan het selectievakje "Drehungen automatisch ausgleichen / Try to correct rotations automatically" uitschakelen.
Veel camera's slaan in de EXIF-gegevens op hoe de camera bij de opname werd vastgehouden (oriëntatiegegevens). Als "EXIF-Orientierungsangaben auswerten / Rely on EXIF orientation tag" is ingeschakeld (standaardinstelling), draait ShiftN JPEG-afbeeldingen bij het inlezen overeenkomstig, zodat staande opnamen rechtop worden weergegeven en gecorrigeerd. De gecorrigeerde afbeelding wordt rechtop opgeslagen en de oriëntatiegegevens worden op "normaal" gezet. Soms zijn de EXIF-gegevens onjuist, bijvoorbeeld als een ander programma de afbeelding al heeft gedraaid zonder de gegevens aan te passen. Wordt een afbeelding in ShiftN verkeerd gedraaid weergegeven, schakel deze instelling dan uit.
========= Bestandsformaten ========
ShiftN opent JPEG-, TIFF-, PNG- en BMP-bestanden. Voor het opslaan van de gecorrigeerde afbeelding biedt ShiftN drie bestandsformaten (JPEG, BMP en TIFF), waaruit onder "Einstellungen, Art der Ausgabe / Options, Type of output" kan worden gekozen; er kunnen ook meerdere formaten tegelijk worden gekozen. Daar wordt ook de JPEG-kwaliteit ingesteld.
Bij het opslaan als JPEG neemt ShiftN de EXIF-gegevens van een JPEG-origineel (met bijgewerkte miniatuur en afbeeldingsgrootte) en een ingebed kleurprofiel over. Afbeeldingen met 16 bits per kleurkanaal (TIFF of PNG) worden in TIFF-formaat met 16 bits per kanaal opgeslagen.
Door de correctie ontstaan aan de beeldrand lege gebieden, omdat de perspectivisch gecorrigeerde afbeelding geen rechthoek meer is. Ze worden met wit of met de onder "Einstellungen, Art der Ausgabe / Options, Type of output" gekozen achtergrondkleur ("Hintergrundfarbe / Background color") gevuld. Met het selectievakje "Bilder automatisch beschneiden / Trim pictures automatically" kan men het programma laten weten dat deze gebieden moeten worden weggesneden. Dat gebeurt zo dat er zo weinig mogelijk van de oorspronkelijke afbeelding verloren gaat. Toch kan het de beeldverhouding veranderen of belangrijke details afsnijden. In zulke gevallen kan de gebruiker beter afzien van het automatisch bijsnijden en de gewenste uitsnede in de gecorrigeerde afbeelding met de muis markeren: met de rechtermuisknop blijft de oorspronkelijke beeldverhouding behouden, met de linkermuisknop kan de uitsnede vrij worden gekozen. Bij het opslaan en kopiëren wordt dan alleen de gemarkeerde uitsnede gebruikt.
Voor de perspectiefcorrectie en het verwijderen van vertekening moet de afbeelding opnieuw worden berekend (geïnterpoleerd). Er zijn twee methoden beschikbaar: bilineaire en bikubische interpolatie. De bikubische interpolatie duurt langer, maar levert een betere beeldkwaliteit op. Interpolatie werkt als een laagdoorlaatfilter, zodat alleen naverscherpen het detailcontrast van het origineel kan herstellen. ShiftN gebruikt daarvoor een "onscherp masker", zoals veel andere beeldbewerkingsprogramma's. Dit wordt gestuurd door een verscherpingsparameter die de factor aangeeft waarmee het detailcontrast wordt verhoogd ("Bilder schärfen / Sharpen pictures"). Bij de waarde "1" vindt geen verscherping plaats; de waarde "1.3" herstelt bij bikubische interpolatie ongeveer de details van het origineel.
Met "Datei, Ergebnis speichern / File, Save results" wordt het resultaat altijd in de map van het invoerbestand opgeslagen, waarbij standaard "_ShiftN" aan de bestandsnaam wordt toegevoegd. Deze toevoeging kan onder "Einstellungen, Art der Ausgabe / Options, Type of output" worden gewijzigd; een leeg invoerveld leidt ertoe dat het oorspronkelijke bestand wordt overschreven. Map en bestandsnaam vrij kiezen kan met "Datei, Speichern unter... / File, Save as..."; de bestandsextensie stelt ShiftN in volgens het uitvoerformaat. Bij batchverwerking wordt een aparte uitvoermap gekozen (zie hieronder). Als "EXIF-Datum verwenden / Use EXIF date/time" is ingeschakeld, krijgt een opgeslagen JPEG-bestand het opnametijdstip uit de EXIF-gegevens als bestandsdatum.
In plaats van het als bestand op te slaan, kan het resultaat (of de met de muis gemarkeerde uitsnede) met "Bearbeiten, Kopieren / Edit, Copy" of met Ctrl+C naar het Windows-klembord worden gekopieerd. Omgekeerd laadt "Bearbeiten, Einfügen / Edit, Paste" (Ctrl+V) een afbeelding van het klembord; omdat die geen bestandsnaam heeft, vraagt "Ergebnis speichern / Save results" dan om een naam.
Een bestaand bestand wordt pas vervangen als het nieuwe bestand volledig is geschreven. Kan een bestand niet worden opgeslagen (bijvoorbeeld door ontbrekende schrijfrechten of omdat het in een ander programma geopend is), dan toont ShiftN een melding.
========= ShiftN gebruiken ==========
Zoals eerder al vermeld, is ShiftN zeer eenvoudig te gebruiken. Na het laden van de afbeelding (met "Datei, Öffnen / File, Open" of door het bestand naar het ShiftN-venster te slepen) hoeft alleen het menuonderdeel "Anwenden, Automatische Korrektur / Start, Automatic correction" of de overeenkomstige knop te worden gekozen, en het programma voert de correctie met de ingestelde parameters zelf uit. Daarbij worden een perspectiefcorrectie en een correctie van cameradraaiingen (als het selectievakje is ingeschakeld) uitgevoerd. Met de toetsen "Page Up" en "Page Down" kan ter vergelijking tussen de originele en de gecorrigeerde afbeelding worden gewisseld.
Afhankelijk van de beeldinhoud kan het voorkomen dat er lijnen in de berekening worden meegenomen die duidelijk niet bij het relevante object horen en het resultaat zelfs verslechteren. In dat geval kan de gebruiker in de lijnweergave (rechterafbeelding) afzonderlijke gedetecteerde lijnstukken uitschakelen met de linkermuisknop (ze worden dan rood weergegeven) of alle lijnen uitschakelen met de Delete-toets. Uitgeschakelde lijnstukken kunnen met de rechtermuisknop weer worden ingeschakeld. Daarna moet met de overgebleven lijnstukken een nieuwe berekening van de perspectiefcorrectie worden uitgevoerd (knop "Erneut optimieren / Re-optimize").
Als de gebruiker nog niet tevreden is met het resultaat, kan hij de correctie aanpassen en daarbij handmatig ingrijpen in de eerder automatisch gevonden waarden (verschuiving, draaiing) en de in de parameters ingestelde waarden (vertekening, horizontale samendrukking). Dat gebeurt onder "Anwenden, Korrektur anpassen / Start, Adjust correction" met schuifregelaars of door getallen in te voeren. "Zurücksetzen / Reset" zet de waarden van de automatische correctie terug.
Als een groter aantal afbeeldingen automatisch verwerkt moet worden, kan dat in ShiftN met "Datei, Stapelverarbeitung / File, Batch processing". Daarbij worden eerst de te verwerken bestanden en daarna een map voor de resultaten gekozen. De bestanden worden in de volgorde van hun bestandsnamen met de actuele instellingen verwerkt; de resultaten krijgen de onder "Einstellungen, Art der Ausgabe / Options, Type of output" ingestelde toevoeging (zouden meerdere bestanden dezelfde naam krijgen, dan wordt er een nummer toegevoegd).
Is onder "Einstellungen, Parameter / Options, Parameter" het selectievakje "Stapelverarbeitung / Batch processing" ingeschakeld, dan zoekt ShiftN niet in elke afbeelding naar lijnen, maar past het de correctie van de op dat moment geladen afbeelding (verschuiving en draaiing) toe op alle afbeeldingen, bijvoorbeeld voor een fotoserie vanaf hetzelfde standpunt.
Aan het einde toont ShiftN een overzicht van de bestanden die niet konden worden geladen, de afbeeldingen waarin geen geschikte lijnen werden gevonden (geen resultaat) en beschadigde of onvolledige bestanden.
=== Command Line Parameters ===
Andere programma's kunnen ShiftN aanroepen om een afbeelding te corrigeren, bijvoorbeeld als extern hulpprogramma van een afbeeldingsviewer:
ShiftN.exe invoer [uitvoer [modus [brandpuntsafstand]]]
"ShiftN.exe foto.jpg" opent het bestand in het ShiftN-venster.
"ShiftN.exe foto.jpg resultaat.jpg" corrigeert de afbeelding automatisch, zonder een venster te tonen, en slaat het resultaat op als resultaat.jpg in de formaten die onder "Einstellungen, Art der Ausgabe / Options, Type of output" zijn gekozen.
"ShiftN.exe foto.jpg resultaat M1" opent het ShiftN-venster met de afbeelding voor een handmatige correctie (M); "Speichern und beenden / Save and exit" slaat het resultaat op als JPEG (1) onder "resultaat.jpg" en sluit ShiftN af.
"ShiftN.exe foto.tif resultaat A5 24" corrigeert de afbeelding automatisch (A), uitgaande van een brandpuntsafstand van 24 mm, en slaat haar op als JPEG en TIFF (1+4): resultaat.jpg en resultaat.tif.
"ShiftN.exe Clipboard Clipboard A" haalt de afbeelding van het klembord, corrigeert haar automatisch en zet het resultaat weer op het klembord.
Invoer: een afbeeldingsbestand (JPEG, TIFF, PNG, BMP) of het woord Clipboard. Uitvoer: een bestandsnaam of het woord Clipboard. ShiftN voegt de extensie van elk uitvoerformaat toe (.jpg, .bmp, .tif); een naam die eindigt op .jpeg of .tiff wordt ongewijzigd gebruikt.
Modus: A (automatisch, standaard) of M (handmatig). In de automatische modus toont ShiftN geen venster, geen voortgangsbalk en geen meldingen. Een optioneel cijfer direct na A of M bepaalt de uitvoerformaten: 1 = JPEG, 2 = BMP, 4 = TIFF. De waarden kunnen worden opgeteld: 3 slaat een JPEG- en een BMP-bestand op, 7 alle drie de formaten. Zonder cijfer gelden de formaten die onder "Einstellungen, Art der Ausgabe / Options, Type of output" zijn gekozen.
Brandpuntsafstand: optioneel, in millimeters als kleinbeeldequivalent (8 tot 200); deze vervangt de waarde uit de EXIF-gegevens. Alle andere instellingen (resolutieparameter, JPEG-kwaliteit, verscherping ...) zijn de in ShiftN opgeslagen instellingen.
In de automatische modus geeft de afsluitcode (exit code) van ShiftN.exe het resultaat aan: 0 = resultaat opgeslagen, 1 = invoer kon niet worden geladen, 2 = geen resultaat of opslaan niet mogelijk, 3 = ShiftN kon niet starten.
Naar het Nederlands vertaald door Jac Vermeer
|